In de 16e eeuw was zijn werk, naast dat van jongere collega's Pierre Certon en Claudin de Sermisy zeer populair en veel uitgevoerd en gepubliceerd, vooral door hofdrukker Pierre Attaingnant. Maar auteursrechten bestonden nog niet en zo bleef hij zijn leven lang financieel afhankelijk van kortdurende maecenaten bij lagere adel of kleine kathedralen, als priester zwervend door gans Frankrijk. Een baan aan de Chapelle du Roi onder koning Frans I kreeg hij niet - Claudin wel. Pas aan het eind van zijn leven verwierf hij deze functie als eretitel onder Hendrik II. Voorzover bekend is er aan zijn dood geen treurzang gewijd door collega componisten.
Toutes les nuits tu m'es presente par songe doux et gracieux Mais tous les jours tu m'es absente, qu'il m'est regrêt fort enouiyeux Puis donc que la nuit me vaut mieux et que je n'ai bien que par songe dormez de jour, ô pauvres yeux, afin que sans cesse je songe.Elke nacht zijt gij bij mij in dromen zoet en sierlijk Maar overdag zijt gij ver weg bereidt mij treurnis diep en deerlijk En zo bekomt de nacht mij beter en vaar ik enkel dromend wel Verslaap de dag, o arme ogen! zodat ik onophoudelijk dromen kan