Clément Janequin, wellicht een begaafde leerling van Josquin des Prez, is tegenwoordig meest bekend om zijn specialisme: klank­nabootsende en verhalende liederen zoals 'Les cris de Paris', 'Le chant des oiseaux', 'Le caquet des femmes' en 'La Bataille de Marignan' - zijn leer­meester deed dat soms ook al (bv het chanson El Grillo). Maar zijn oeuvre van ruim 400 chansons was rijker dan dat. 'Toutes les nuits' bijvoorbeeld is een liefdes­gedicht, een lyrisch genre dat hij eveneens perfect beheerste, met een melodie die ook in onze tijd nog steeds aanspreekt, getuige de talrijke kooruitvoeringen. Van al zijn sacrale werk bestaan er nu alleen nog twee parodie-missen, een motet en 82 psalmen.

In de 16e eeuw was zijn werk, naast dat van jongere collega's Pierre Certon en Claudin de Sermisy zeer populair en veel uitgevoerd en gepubliceerd, vooral door hofdrukker Pierre Attaingnant. Maar auteursrechten bestonden nog niet en zo bleef hij zijn leven lang financieel afhankelijk van kortdurende maecenaten bij lagere adel of kleine kathedralen, als priester zwervend door gans Frankrijk. Een baan aan de Chapelle du Roi onder koning Frans I kreeg hij niet - Claudin wel. Pas aan het eind van zijn leven verwierf hij deze functie als eretitel onder Hendrik II. Voorzover bekend is er aan zijn dood geen treurzang gewijd door collega componisten.



Toutes les nuits tu m'es presente
par songe doux et gracieux
Mais tous les jours tu m'es absente,
qu'il m'est regrêt fort enouiyeux

Puis donc que la nuit me vaut mieux
et que je n'ai bien que par songe
dormez de jour, ô pauvres yeux,
afin que sans cesse je songe.
Elke nacht zijt gij bij mij in dromen zoet en sierlijk Maar overdag zijt gij ver weg bereidt mij treurnis diep en deerlijk En zo bekomt de nacht mij beter en vaar ik enkel dromend wel Verslaap de dag, o arme ogen! zodat ik onophoudelijk dromen kan